Bij gladheid strooit de gemeente met zout. We strooien ook als er gladheid wordt voorspeld. Waar en wanneer we strooien zie je op de strooiroutes. Hou rekening met winterse omstandigheden als je de weg op gaat. Pas bijvoorbeeld je snelheid aan en gebruik zoveel mogelijk gestrooide wegen.

Dit doet de gemeente

Strooien en sneeuwruimen

  • Wordt er gladheid voorspeld? Dan strooien we wegen en fietspaden om te zorgen dat het niet glad wordt.
  • We strooien tijdens gladheid om het op te lossen. En achteraf zodat het niet opnieuw glad wordt.
  • Sneeuwschuiven doen we als er langere tijd sneeuw valt. Tegelijk strooien we. Zo halen we het dunne laagje sneeuw dat achterblijft ook weg.
  • We reageren op meldingen van anderen over gladheid. Zoals de politie, medewerkers van onze buitendienst en inwoners.
  • We controleren of het strooien heeft geholpen.

Niet alle straten worden gestrooid

We kunnen niet alle straten, stoepen en fietspaden strooien. Straten met weinig autoverkeer strooien we meestal niet. Want het zout wordt dan niet goed in de weg gereden waardoor het niet goed werkt. Zout werkt ook minder goed als het onder de -7 graden is. Verder is het te duur om overal te strooien. En voor het milieu is het ook niet goed om overal te strooien. Daarom maken we keuzes waar we wel en niet strooien.

Eerst drukke wegen

  • Drukke wegen (hoofdroutes) en fietspaden met veel verkeer strooien we eerst. Hierbij horen ook winkelstraten en toegangswegen naar scholen en verzorgingshuizen.
  • Bij normale gladheid (opvriezen en lichte sneeuwval) strooien we op alle doorgaande wegen, drukke fietsroutes en bruggen. Landelijk heet dit weertype ‘code geel’.
  • Blijft het glad dan strooien we ook de woonstraten zonder voetpaden. Landelijk heet dit weertype ‘code oranje’.
  • We strooien tot 23.00 uur ’s avonds en vanaf 5.00 uur ’s ochtends bij normale gladheid. Bij zwaar weer strooien we 24 uur per dag. Hoofdroutes zijn dan het belangrijkst. Landelijk heet dit weertype ‘code rood’.
  • We strooien soms ook als het nog niet glad. Dat doen we als er gladheid wordt voorspeld. We strooien dan vooral in de avond en in de middag. Zo zijn we op tijd voor de ochtendspits en de avondspits.

Strooiroutes

We strooien de routes binnen 2,5 uur. Het strooiseizoen is van november tot april.

Controleren en meten

We houden het weer 24 uur per dag goed in de gaten. Zo kunnen we op tijd strooien als er gladheid verwacht wordt. We controleren de temperatuur van het wegdek. En of de weg droog, nat, glad of zout is. Dit doen we met onze eigen 3 meetpunten met sensoren in de wegen. En met informatie die we dagelijks krijgen van DTN Group. Dat is een weerinstituut in Wageningen dat ons informeert en adviseert.

Dit kun je zelf doen

  • Controleer het weerbericht voordat je de weg op gaat. Bijvoorbeeld via het KNMI, Buienradar of Sneeuwradar. Of volg onze berichten op Facebook of Twitter. Daar melden we het als we gaan strooien.
  • Pas je rijgedrag aan. Rijd rustig en houd afstand zodat je ruimte hebt om te reageren op gevaarlijke situaties. Neem zoveel mogelijk de doorgaande routes.
  • Hou stoepen en voetpaden in je omgeving begaanbaar. Veeg de meeste sneeuw weg naar een plek waar niemand er last van heeft. Hou goten en putten vrij.
  • Wil je zout strooien? Strooi dan niet meer dan nodig is. Een handje zout per m2 is voldoende. Het zout begint na ongeveer 10 minuten te werken. Strooi niet te dicht bij bomen en struiken want die kunnen slecht tegen zout.

Gladheid melden

Een melding over gladheid kun je online doorgeven via buitenbeter.nl.

Goed om te weten

  • Wil je dat er een straat wordt toegevoegd aan de strooiroute? Tijdens het seizoen wijzigen we de route niet. Toevoegen van een straat voor het volgende strooiseizoen gebeurt alleen bij hoge uitzondering.
  • Straten in het buitengebied strooien we alleen als de hoofdroute schoon is en als de weerssituatie erg extreem is. Bijvoorbeeld als het langere tijd sneeuwt of als er ijzel valt.