Stemmen: zo werkt dat

Je stemt in 6 stappen

Stemmen

  1. Meld je bij de mensen van het stembureau.
    • Zij zitten aan de grote tafel in het stemlokaal.
  2. Geef je stempas. Laat je identiteitsbewijs zien.
    • Je krijgt een stembiljet.
    • Hierop staan alle partijen en kandidaten.
  3. Ga alleen het stemhokje in.
    • De stemhokjes staan zo, dat niemand kan zien op wie je stemt.
  4. Maak je keuze.
    • Kleur het vakje rood bij de naam van de kandidaat op wie je wilt stemmen.
    • Laat je het stembiljet leeg? Dan stem je blanco. Dat betekent dat je op niet op een kandidaat of partij stemt. Jouw stem telt dan alleen mee voor de opkomst. En niet voor de uitslag van de verkiezing.
  5. Vouw je stembiljet dicht.
    • Dan ziet niemand op wie je gestemd heeft.
  6. Stop je stembiljet in de stembus.
    • Je hebt nu gestemd.

Foutje gemaakt?

Heb je per ongeluk je stembiljet ongeldig gemaakt of heb je je zich vergist? Bijvoorbeeld:

  • het verkeerde vakje rood gemaakt.
  • meerdere vakjes rood gemaakt.
  • iets op het stembiljet getekend of geschreven waardoor iemand kan weten wie u bent.

Dan mag je 1 keer een nieuw stembiljet vragen aan de leden van het stembureau.

Hulp nodig bij het stemmen?

Je kunt hulp vragen aan de mensen van het stembureau. Zij mogen jou buiten het stemhokje uitleg geven. Ze helpen je graag.

Stemmen met een beperking

Kun je door een lichamelijke beperking niet zelf stemmen? Alleen dan mag iemand jou in het stemhokje helpen. Hiervoor kun je iemand meenemen of een stembureaulid vragen. 

Sommige stemlokalen hebben extra hulpmiddelen. Bijvoorbeeld voor mensen die niet goed kunnen zien of in een rolstoel zitten. Op www.waarismijnstemlokaal.nl staat per stembureau hoe dat is geregeld.